Opdracht les 8 basiscursus schilderen

De opdracht: schilder een aantal:

  • licht/donker contrasten
  • warm/koud contrasten
  • comlementaire contrasten

Gebruik voor alle contrasten zowel harde als zachte contrasten, en moeilijk herkenbare contrasten.

Lesdoel:

  • het begrijpen wat kleuren onderling met elkaar doen zonder dat jij daar invloed op hebt
  • de controle over je kleurgebruik hebben
  • kunnen kiezen en toepassen van de kleurcontrasten
  • beperkingen of juist de voordelen herkennen en toepassen
  • begrijpen hoe kleurperspectief werkt
  • je eigen werk begrijpen, grip hebben op je perspectief.
  • begrijpen dat het tijd, geld en frustratie bespaart.

Hoe begin je:

  • je pakt weer alle kleurtjes die je hebt, begin met 1cm verf.
  • Je werkt aan tafel, vuilniszak, lappen afscheurpalet etc.
  • papier,
  • terpentine om je penseel tussendoor te reinigen.

Verdeel je papier in 3n

  • maak licht/donker contrasten die uit de volgende combinaties bestaan

zwart met, bruin met, grijs met

  • lila, rood, rose, geel, oranje, groen.
  • en omgekeerd:
  • lichtbruinen met donkerrood, paars, donkerblauw, donkergroen.
  • lichtgrijzen met bovenstaande kleuren.
  • geel met rood, oranje met rood
  • licht roze met donkergeel, oker

maar ook uit 2

Maak warm/koud contrasten zacht en hard.

  • blauw geel, lichtblauw en lichtgeel, lichtroze met lichtblauw
  • turquoise met paars, rood met paars, roze met paars
  • turquoise met lichtroze, lichtgeel, lila
  • lichtgroen met zalm, groen met oker, groen met lila, lichtgroen met paars
  • koudgroen met warm groen

maar ook uit 2bv. lichtgroen met zalm en met geel, lichtblauw met lila en roze

Maak alle mogelijke complementaire contrasten